Een Belgisch rapport schat de kosten van PFAS-sanering op €2 tot €6 miljard per jaar gedurende twintig jaar, en presenteert zich als een opmaat naar de oprichting van een PFAS-fonds.
De onderzoekers wijzen erop dat zulke inschattingen pijnlijk onzeker zijn omdat de verontreiniging nog steeds doorgaat en nieuwe besmettingen kosten blijven opstapelen. Het rapport benadrukt verder dat de gebruikte saneringsmethoden nog niet optimaal zijn, waardoor zowel schaal als tempo van opruiming onduidelijk blijven.
De studie rekent een 'verloren leven' op €3,5 miljoen, maar geeft aan dat ziektebeelden zoals schildklierafwijkingen, nierkanker en verminderde vruchtbaarheid zich lastig in kostencijfers laten vangen. De grootste onzekerheid zit in de onbekende omvang van de volksgezondheidsimpact en de blijvende instroom van PFAS in milieu en voedselketen, waarmee elke begroting betrekkelijk blijft. Politieke en financiële discussie draait inmiddels minder om technische sanering dan om wie de rekening betaalt: het rapport signaleert dat het principe 'de vervuiler betaalt' vaak niet toepasbaar is omdat de oorspronkelijke vervuiler verdwenen of failliet is.
Daardoor staan beleidsmakers voor de keuze tussen een sectorfonds of bijdragen uit algemene middelen, maar concrete bedragen zijn nog niet te verantwoorden zolang blootstelling en effectgroottes ongewis blijven. Het rapport roept op tot versnelde verbetering van detectie- en saneringstechnieken en tot duidelijkere afspraken over aansprakelijkheid en financiering, maar stelt dat zonder betere methoden en stopzetting van nieuwe lozingen elke kostenraming voorlopig een schot in het duister blijft.
Foto - www.foodlog.nl