Doctoraatsonderzoek van Joni Van Mullem (ILVO en UGent) toont dat het toevoegen van 400 gram plantaardig vet per koe per dag de enterische methaanuitstoot kan verlagen zonder de melkproductie te verminderen. Het onderzoek vergelijkt geëxtrudeerd lijnzaad en mengsels waarbij een deel van het lijnzaad door koolzaad is vervangen en rapporteert duidelijke verschillen in effectgrootte. De studie richt zich op maatregelen die praktisch toepasbaar zijn binnen een gebalanceerd rantsoen en tegelijk bijdragen aan klimaatrobuust beheer van melkveebedrijven.
Effect van lijnzaad en koolzaad
Geëxtrudeerd lijnzaad in het rantsoen leverde een methaanreductie van circa 5 procent, terwijl vervanging van een deel van het lijnzaad door koolzaad de reductie tot ongeveer 11 procent bracht. De onderzoekers verklaren dit door het rantsoen van melkkoeien te zien als ingesteld op een constante hoeveelheid energie en eiwit: meer vet betekent in de praktijk minder fermenteerbaar voeder in de pens en daardoor minder methaanvorming. Een bijkomend praktisch voordeel is dat deze maatregel geïntegreerd kan worden in een gebalanceerd rantsoen zonder extra additieven.
Dilemma rond grasrijke rantsoenen
Gras blijft een belangrijk onderdeel van klimaatrobuust bedrijfsbeheer omdat gras minder gevoelig is voor extreme weersomstandigheden dan alternatieven zoals maïs. Tegelijk worden grasrijke rantsoenen vaak geassocieerd met hogere methaanemissies, wat melkveehouders voor een keuzes plaatst. Van Mullem en copromotor Leen Vandaele benadrukken daarom het belang van combinaties van maatregelen: voederstrategieën en graslandbeheer kunnen samen emissiereductie en bedrijfsweerbaarheid ondersteunen.
Beperkte effecten van kruiden, vlinderbloemigen en wilde planten
Graslandkruiden en vlinderbloemigen toonden geen consistent methaanreducerend effect in kuilen, en selectie heeft volgens de onderzoekers mogelijk geleid tot minder secundaire metabolieten die methaanvorming tegengaan. In laboratoriumtests op 45 wilde planten werd bij een deel een meetbaar effect gevonden, met enkele uitschieters naar hoge reducties, maar praktische toepassing is nog beperkt door de lage verteerbaarheid van die soorten. Voor biologische melkveehouders, die vaak minder andere opties hebben, blijft dit een onderzoeksrichting die verder verkend kan worden.
Beleid en praktijk Rondom het Convenant Enterische Emissies Rundvee staat de doelstelling om de methaanuitstoot voor 2030 te verlagen; voederaanpassingen behoren tot de relatief snel inzetbare maatregelen. Evaluatierapporten geven aan dat slechts een beperkt aantal melkveehouders momenteel inzet op 'methaanarm voederen', waardoor inzet op bewezen voedingsstrategieën zoals vettoevoeging relevante ruimte biedt binnen bedrijfspraktijk en beleid.
Foto - www.melkveebedrijf.nl