Nederland is sterk afhankelijk van geïmporteerde soja; pluimveebedrijf Kipster voedt zeventigduizend leghennen deels met reststromen, maar kan niet zonder soja als eiwitbron. Volgens eigenaar Ruud Zanders bevat zijn mengvoer slechts een klein aandeel soja, maar geheel zonder soja is volgens hem onhaalbaar en raakt de hele Nederlandse veehouderij in de problemen. De omvangrijke veestapel en het beperkte areaal om eigen veevoer te verbouwen dwingen Nederland voortdurend soja van buiten de EU te betrekken.
Afhankelijkheid en risico's
Soja levert veel hoogwaardig eiwit tegen relatief lage kosten en de EU importeert grote hoeveelheden om aan de voedingsbehoefte van dieren en mensen te voldoen; de EU importeert jaarlijks ruim 35 miljoen ton soja. Leveringszekerheid staat onder druk door geopolitieke spanningen en klimaatrisico's die oogsten bedreigen, en voedingsbedrijven houden daar al rekening mee in hun inkoop- en prijsverwachtingen. Het grootste deel van de voederketen is zo georganiseerd dat vlees, zuivel en eieren indirect rekenen op die geïmporteerde eiwitten, met name in voer voor vleeskuikens en varkens.
Voorraad, alternatieven en impact
Er zijn geen nationale strategische voorraden soja; de diervoederindustrie rapporteert voorraden die hooguit enkele weken tot voer dekken onder gunstige omstandigheden. Er is geen landelijk draaiboek voor een scenario waarin de soja-import volledig stilvalt. Op korte termijn kan deels worden geschoven naar alternatieven zoals raapzaad-, zonnebloemschroot, veldbonen en erwten, maar die zijn onvoldoende in volume en hebben vaak een minder gunstige aminozuursamenstelling.
Stilvallende sojastromen leiden snel tot stijgende voerprijzen, dalende productie en uiteindelijk minder dieren; volgens sectorvertegenwoordigers worden de eerste gevolgen binnen enkele weken zichtbaar. Daarnaast is Europa afhankelijk van import van essentiële aminozuren en vitaminen uit Azië voor het precies samenstellen van voer, een kwetsbaarheid die naast soja speelt. Opslag van grote voorraden wordt door handelaren gezien als marktverstorend en kostbaar.
Beleid en bedrijfsreacties richten zich langs twee lijnen: meer teelt van eiwitgewassen op eigen bodem en het verbreden van importstromen door nieuwe handelsrelaties. Binnenlands beleid stimuleert peulvruchten en andere eiwitgewassen, maar boeren vrezen hogere kosten en concurrentieverlies als zij moeten concurreren met efficiëntere buitenlandse soja. Sectoren pleiten daarnaast voor samenwerking met andere voedselproducerende landen om leveringsketens te diversifiëren.
Volgens experts is een mix van meer lokale eiwitproductie en het versterken van internationale aanvoerketens noodzakelijk; open maar strategisch handelsbeleid kan leveringszekerheid vergroten. Sommige beleidsmakers en belangenbehartigers wijzen erop dat Europese landbouwgrond beter benut moet worden voor eiwitgewassen, maar zolang de consumptie van vlees en zuivel hoog blijft, blijft de vraag naar soja groot.
Volgens pluimveehouder Ruud Zanders leidt de discussie tot een eenvoudige conclusie: er zijn te veel dieren voor de beschikbare grond en grondstoffen. Persoonlijk kiest hij voor minder dierlijke consumptie en houdt hij een bedrijfsmodel dat toont hoe dierhouderij binnen planetaire grenzen kan passen, terwijl hij tegelijkertijd benadrukt dat het huidige voersysteem zonder soja kwetsbaar blijft.
Foto - www.nrc.nl