Volgens Johan van Riet (Alliance), Johnny Remijn (Delphy) en Wobbe van der Veen (Agrowin) leidt jaarrond uienteelt in bepaalde regio's in 2026 tot aanhoudende druk van valse meeldauw en vragen meerdere concrete maatregelen om de ziekte nu en in de toekomst te beheersen. Alle drie benadrukken ze dat het doorbreken van deze 'groene bruggen' en het combineren van rassen, teeltmaatregelen en middelenstrategieën centraal moeten staan in de aanpak.
Probleembeeld en prioriteiten
De experts noemen als kernprobleem dat plekken waar winteruien, plantuien en zaaiuien elkaar opvolgen, continu schurftdruk opbouwen; het doorbreken van die groene bruggen is volgens hen cruciaal. Ze wijzen erop dat technische mogelijkheden voor teelt en bestrijding beschikbaar blijven, maar dat opbrengst en kosten elkaar moeten blijven dekken. De drie zijn het eens over het nut van betere, snel inzetbare rassen en van zorgvuldig gebruik van resterende bestrijdingsmiddelen.
Rotatie en teeltkeuzes
Alle drie bespreken rotatie als sleutelmaatregel, maar met nuances: Van Riet adviseert telers bewuste keuzes te maken en waar mogelijk ruimere rotaties te hanteren; Remijn pleit expliciet voor minimaal een 1-op-8-rotatie in probleemgebieden; Van der Veen stelt dat voor valse meeldauw een 1-op-6-rotatie in veel gevallen toereikend kan zijn, mits opslag en achtergebleven gewasresten goed worden aangepakt. 1-op-6 wordt door meerdere experts als te krap gezien in risicogebieden, met name bij bijkomende bodemziekten.
Rassen en plantgoed
Alle drie zien versnelling in de invoering van meeldauwresistente rassen als wenselijk, maar wijzen op praktische beperkingen: vermeerdering van zaaizaad neemt tijd en resistente rassen moeten ook goede karakteristieken hebben zoals kiemrust en huidvastheid. Ze zijn unaniem positief over thermische behandeling van plantmateriaal: thermische behandeling moet volgens hen gemeengoed worden om besmetting via plantgoed te beperken.
Gewasbescherming en waterbeleid
De adviseurs benadrukken dat behoud van een effectief middelenpakket essentieel blijft voor de praktijk, en dat emissiebeperkende maatregelen nodig zijn om middelen in het oppervlaktewater te voorkomen. Langs watergangen geldt al een verplichte 3 meter teeltvrije strook; de 3 meter bufferstrook komt in de antwoorden terug als juridische basis, terwijl enkelen pleiten voor bredere buffers of extra infiltratievoorzieningen. Remijn waarschuwt dat infiltratiegreppels niet op elk perceel even effectief zijn door perceelhoogtes en laagtes, en noemt teelt op ruggen met drempels als alternatief om afspoeling te beperken.
Verschillende zienswijzen over winteruien en beleid
Over een verbod op winteruien verschillen de experts van mening: Van Riet en Van der Veen vinden een verbod geen goede algemene optie als eerstelijnsmaatregel; Remijn ziet een teeltverbod als een serieuze maatregel wanneer er geen effectieve curatieve middelen of resistente rassen beschikbaar zijn, gecombineerd met strikte controle op opslag en afvalhopen.
Praktische aanbevelingen voor telers
Gezamenlijk adviseren de drie: breek groene bruggen waar mogelijk, overweeg ruimere rotaties in probleemgebieden, zet in op thermische behandeling van plantgoed en verbeter buffermaatregelen langs water. Ze benadrukken dat elke maatregel kosten met zich meebrengt en dat telers per perceel de risico–rendementsafweging moeten maken.
Foto - www.nieuweoogst.nl